Artikelen


Home ] [ Artikelen ] Bekkenbodemproblemen ] Links ] Lotgenotencontact ] Belgie ] Tanisha's Wereld ] Tips ] Mijn Wereld ] Mannen met Bekkenpijn ] Boeken ]

 

                                         

                                                                       

                                            www.annegeddes.com

ARTIKELEN:

Bekkeninstabiliteit geen modeverschijnsel

Eenderde van de zwangeren heeft last van bekken

Bekkeninstabiliteit geen modeverschijnsel
Door Frank van Wijck

Bekkeninstabiliteit bij zwangere vrouwen wordt wel een modeverschijnsel 
genoemd. Onterecht, zo blijkt uit Amsterdams onderzoek. Het is iets van van alle 
tijden en alle culturen. Oefentherapie lijkt een effectief middel om deze 
aandoening voor te blijven.

Hoe hard oudere vrouwen ook roepen ‘dat hadden we in onze tijd niet', ze 
hebben geen gelijk. Bekkeninstabiliteit bestond ook in het verleden al. 
Promovendus Wu Wen Hua van het VU medisch centrum in Amsterdam concludeert dit na 
uitvoerige literatuurstudie. ,,Het komt al voor bij Hippocrates, de grondlegger van 
de geneeskunde die rond 400 voor Christus leefde'', zegt hij. ,,Ook in andere 
literatuur door de eeuwen heen uit verschillende landen kom ik het onderwerp 
af en toe tegen.'' 

Waarom de misvatting erover dan toch bestaat begrijpt dr Onno Meijer, die 
Wu's promotie begeleidde, wel: ,,Bekkeninstabiliteit gaat in de meeste gevallen 
na de bevalling weer over. En omdat het een tijdelijke klacht is, is het 
wellicht niet altijd uitvoerig in de medische literatuur beschreven. Dat gebeurt 
tegenwoordig veelvuldiger en die aandacht leidt tot het onterechte idee dat 
bekkeninstabiliteit nu veel vaker voorkomt dan vroeger.'' 

Is het wel een groot probleem? ,,Dat ligt er maar net aan hoe je er tegenaan 
kijkt'', zegt Meijer. ,,Minder dan één procent van de vrouwen houdt aan de 
zwangerschap chronische bekkenklachten over. Dat is natuurlijk niet veel. Maar 
aan de andere kant: het zijn nog jonge vrouwen die heel veel levensjaren voor 
zich hebben. De aantallen stapelen zich dus op en zo worden het er uiteindelijk 
toch duizenden. Daarmee wordt het inderdaad een groot probleem, lijkt me.'' 

Bekkeninstabiliteit blijkt in meerdere of mindere mate voor te komen bij 
eenderde van de vrouwen gedurende de zwangerschap. Vijf procent van de zwangere 
vrouwen heeft een ernstige vorm ervan en bij minder dan één procent ontstaat een 
chronische klacht die zeer pijnlijk is en die zelfs invaliderend kan zijn. 
,,Tijdens de zwangerschap verandert de hormoonspiegel van de vrouw onder invloed 
van het hormoon relaxine'', legt Wu uit. ,,Hierdoor wordt het bindweefsel in 
het bekken zwakker, wat nodig is om te kunnen bevallen. Op zich is dit een 
natuurlijk verschijnsel en dus geen probleem. Het wordt echter anders als het 
centrale zenuwstelsel tijdelijk de lichaamsbewegingen niet goed beheerst. 

Een vrouw kan bijvoorbeeld tijdens de zwangerschap de rug helemaal hol 
trekken vanwege het gewicht van de baby. Door een foute houding of door verkeerde 
bewegingen kunnen scheurtjes en ontstekingen in het bindweefsel ontstaan. Het 
gevolg is dan bekkeninstabiliteit. De extra belasting van het bindweefsel 
tijdens de bevalling kan dit probleem nog verergeren.''

Vrouwen kunnen voorkomen dat ze verkeerd gaan bewegen of een verkeerde 
lichaamshouding gaan aannemen door in de zwangerschapsperiode oefentherapie te gaan 
doen, stelt Wu. Op dit moment wordt vervolgonderzoek opgezet naar de vraag wat 
precies de gunstige invloed is van deze therapie. ,,We weten dat het werkt'', 
zegt hij, ,,we weten alleen nog niet waarom.'' Onderzoek moet zich verder 
richten op de vraag of oefentherapie voor vrouwen die al klachten hebben, kan 
voorkomen dat hun klachten chronisch worden. ,,De aantallen vrouwen bij wie de 
klachten chronisch blijven zijn klein'', zegt Wu. ,,Dergelijk onderzoek vergt 
dus veel tijd voordat we er relevante conclusies aan kunnen verbinden.'' 

Meijer vult aan dat toekomstig onderzoek naar de houding en beweging van 
vrouwen wellicht zelfs aanwijzingen zou kunnen geven welke vrouwen wel en niet 
last krijgen van bekkeninstabiliteit. ,,Totdat we daarover meer inzicht hebben 
raad ik álle zwangere vrouwen aan oefentherapietherapie te gaan doen'', zegt 
hij. ,,In de toekomst kunnen we wellicht meer verfijnd zeggen voor welke vrouwen 
dit wel en niet nut heeft.'' Wu concludeert tot slot op grond van zijn 
onderzoek dat vrouwen met bekkeninstabiliteit te vaak onterecht problemen hebben met 
de WAO. 

,,De WAO-wetgeving is op dit punt beslist niet correct'', zegt hij. ,,Een 
vrouw met bekkeninstabiliteit kan alles nog. Ze maakt alleen alle bewegingen 
langzamer dan een gezonde vrouw en ze is sneller vermoeid. Per werkdag kan ze dus 
minder doen dan gezonde vrouwen. Maar daarmee houdt de WAO-wetgeving geen 
rekening. Zo'n vrouw zou best een aantal uren per dag kunnen werken, maar niet 
fulltime.'' Wat moeten vrouwen nu - afgezien van oefentherapie volgen - doen om 
bekkeninstabiliteit te voorkomen? ,,De beste houding is jezelf wat langer 
maken'', zegt Meijer, ,,zoals de Afrikaanse vrouwen die goederen op hun hoofd 
vervoeren. Ook kan worden aangeraden om tijdens de zwangerschap extreme bewegingen 
te vermijden.'' 

En als toch klachten ontstaan? Het hormoon relaxine bestrijden is in ieder 
geval uitgesloten - het bindweefsel móet immers juist soepel worden - en 
medicijngebruik eveneens. ,,Dat zou de foetus kunnen beschadigen, dus daarmee moet je 
bijzonder voorzichtig zijn'', zegt Meijer. ,,Een bekkenband dragen is ook een 
optie, maar over de werking daarvan bestaat al jarenlang felle discussie. De 
functionaliteit ervan is in ieder geval nog nooit op grond van 
wetenschappelijk onderzoek vastgesteld.'' Wu benadrukt de rol van de zorgverleners. 

,,Die moeten de vrouwen leren dat een goede houding belangrijk is, dat ze 
gedurende de zwangerschap overmatige belasting van het lichaam moeten voorkomen 
en dat ze onbedoelde extreme bewegingen moeten vermijden. Verder is fit blijven 
via lichaamsbeweging erg belangrijk. 

Aquagymnastiek is eveneens een optie. En bij acute pijn kan acupunctuur een 
uitkomst bieden.'' Een operatie waarbij de gewrichten van het bekken aan elkaar 
worden vastgezet, is een laatste optie. ,,Daar zijn goede resultaten van 
gerapporteerd'', zegt Meijer. ,,Maar naar de factoren die het succes bepalen moet 
nog verder onderzoek worden verricht.''

Bron: Algemeen Dagblad 6-02-2004

Patiënt mag voor behandeling naar het buitenland

LUXEMBURG/BRUSSEL - Ziekenfondspatiënten kunnen een deel van de wachtlijsten in de gezondheidszorg voortaan omzeilen. Volgens het Europees Hof van Justitie dinsdag hoeven ze voor behandelingen waarvoor zij niet hoeven te worden opgenomen, niet te wachten tot ze bij een Nederlandse arts aan de beurt zijn. Ze mogen met hun kwaal ook naar het buitenland.

In het arrest van het Hof staat dat fondspatiënten geen toestemming hoeven te vragen voor een zogeheten ‘extramurale’ behandeling in een ander EU-land. Tot nu toe moesten zij daarvoor vantevoren aan hun verzekeraar toestemming vragen.

Een eenduidige definitie voor extramurale zorg is er niet, maar het komt neer op ingrepen waarvoor je niet hoeft te overnachten in een ziekenhuis of andere instelling. Het gaat bijvoorbeeld om de zorg van tandarts, huisarts of fysiotherapeut en ook poliklinische behandelingen vallen er onder.

Het arrest van het Hof geldt niet voor behandelingen waarvoor opname in het ziekenhuis nodig is. Daarvoor blijft de regel dat een patiënt zijn ziekenfonds om toestemming moet vragen, overeind staan.

Nooit eerder heeft het Europese Hof, dat hoger is dan de Nederlandse rechtbanken, een zo vergaande uitspraak gedaan over de manier waarop in Nederland de ziektekosten worden vergoed. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is verrast door de uitspraak.

De koepel van zorgverzekeraars kan de gevolgen nog niet goed inschatten, maar denkt wel dat voor de extramurale hulp het huidige contractenstel onder druk komt te staan. Ziekenfondsen sluiten contracten met behandelaars, ziekenhuizen en andere zorginstellingen en hun verzekerden kunnen daar voor behandeling terecht. Een van de voordelen van dit stelsel is dat zorgverzekeraars de kosten van de zorg in de hand kunnen houden, aldus ZN.

Minister De Geus van Volksgezondheid gaat kijken of en hoe de uitspraak verwerkt kan worden in de Nederlandse wetgeving. Hij wijst erop dat het wel moet gaan om behandelingen die in het ziekenfondspakket zitten. Volgens de minister komt de uitspraak overeen met de voornemens voor een nieuw stelsel van ziektekostenverzekeringen. Daarbij krijgen verzekerden in bepaalde situaties de mogelijkheid op eigen verzoek zorg in te roepen bij een zorgverlener met wie zijn verzekeraar geen overeenkomst heeft.

Het EU-hof deed de uitspraak in een zaak van een Nederlandse vrouw die in 1994 naar een tandarts in Duitsland was gegaan om zes kronen en een frameprothese te laten plaatsen. Ook boog het Hof zich over een kwestie van een andere Nederlandse, die voor een aandoening aan haar pols naar een Belgisch ziekenhuis was gegaan.

In beide gevallen botst het ‘strenge’ Nederlandse systeem met Europese wetten die vrij verkeer van goederen en diensten (ook gezondheidszorg is een dienst) voorschrijven. Volgens het Hof zijn de beperkingen die de Nederlandse ziekenfondsen opleggen aan hun patiënten, alleen te rechtvaardigen als “het financiële evenwicht van het stelsel van sociale zekerheid” in gevaar komt.

Bij grote operaties en andere ingrepen waarbij opname in een instelling nodig is, is dat gevaar aanwezig, vindt het Hof in Luxemburg. Het Hof meent dat de rechter van geval tot geval moet beoordelen of een patiënt, die de wachtlijsten beu is, naar het buitenland had mogen gaan.

Kortdurende, extramurale ingrepen moet het ziekenfonds echter altijd vergoeden. Ze zijn immers relatief goedkoop en het Hof verwacht geen stormloop van Nederlanders naar België en Duitsland, waar bijna geen wachtlijsten zijn. De gevolgen voor het ziekenfondsstelsel zullen dus wel meevallen.

BRON: De Telegraaf 13 mei 2003

 

Kranten-Artikelen Jan Mens:

Hieronder de artikelen welke ik gevonden heb over de nieuwe onderzoeken van Jan Mens. Graag zou ik uw mening over deze artikelen willen horen, daar het mijn inziens verward over zou kunnen komen (ligt dit aan de pers?) Mail me of schrijf het in mijn Gekke Bekken Forum!!

Dit bestand kun je online lezen : http://www.reformatorischdagblad.nl/gezo/001121gezo02.html#home

Verdere artikelen:

   Bron: Telegraaf 2000

 

Artikel uit de Volkskrant 21 november 2000:

Een tijdelijk zwabberbekken

Pijn in onderrug en bekken kan voor sommige zwangeren ondraaglijk zijn. Dat is het gevolg van verslappende verbindingen en ingetrainde spieren, aldus Rotterdams onderzoek. Gaat vanzelf over, of anders na oefenen. Begin jaren negentig werd Nederland opgeschrikt door een nieuwe ziekte: bekkeninstabiliteit bij zwangeren. Er waren zelfs vrouwen die na hun zwangerschap invalide waren geworden. In een
televisieprogramma werden vrouwen op krukken en in rolstoelen het podium opgehesen. Paniek. Maar er kwam al gauw ook een tegenbeweging. Gynaecologe M. Pel van het Academisch Centrum in Amsterdam noemde het een nieuwe modeziekte die vooral voorkwam bij hoogopgeleide, blanke vrouwen. Haar opmerking leidde tot een golf van ingezonden boze brieven in de kranten. Arts-onderzoeker Jan Mens denkt met schaamte terug aan deze periode. 'De opwinding volgde op de bekendmaking dat in het Rotterdamse Dijkzigtziekenhuis onderzoek zou worden gedaan naar de oorzaken van lage rugpijn en bekkeninstabiliteit bij zwangere vrouwen.' Dat onderzoek is nu afgerond. Mens promoveert volgende week woensdag aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op de resultaten. Bekkeninstabiliteit bestaat. Het is geen modeziekte, maar  van alle tijden. Mens: 'De helft van de zwangere vrouwen heeft er in meer of mindere mate last van. Bij de meeste vrouwen verdwijnen de klachten binnen een paar weken tot maximaal zes maanden vanzelf. Een kleine groep vrouwen heeft behandeling nodig. Meestal is oefentherapie voldoende. Sinds 1996 zijn er honderd vrouwen bij wie de klachten niet verdwenen, geopereerd. Daarbij is het bekken met schroeven vastgezet. De resultaten zijn hoopgevend. Het gaat goed.' Het onderzoek naar bekkeninstabiliteit begon in de jaren negentig in het Dijkzigtziekenhuis door de onderzoeksgroep houdings- en bewegingsapparaat. In 1996 werd een gespecialiseerd centrum voor de diagnostiek en behandeling van chronische lage rugklachten geopend, het Spine & Joint Centre, dat samenwerkte met de onderzoeksgroep. Sinds kort werkt het centrum samen met het Franciscusziekenhuis in Rotterdam. Doel van het onderzoek was de rol duidelijk te maken van het bekken bij het ontstaan van lage rugpijn. Niet alleen bij zwangeren, want ook topsporters en 'gewone mensen' kunnen soms ernstige rug- en bekkenklachten hebben. Bij voetballers, die vaak sterke been- en bilspieren hebben maar soepele banden, ontstaat nogal eens een liesblessure. Zwangeren zijn gekozen als onderzoeksgroep, omdat door de zwangerschap het bekken veel bewegelijker wordt, wat de klachten kan veroorzaken. Maar de kennis die nu is opgedaan kan goed worden gebruikt voor patiënten met alledaagse rugpijn. Het bekken, legt Mens aan de hand van een kunststof model uit, bestaat uit een aantal botten. Aan de rugzijde zite het heiligbeen, dat het onderste deel vormt van de wervelkolom, links en rechts zit het darmbeen en aan de voorkant de schaambeenderen. Er zijn drie belangrijke gewrichten. Het heiligbeen zit links en rechts vast aan het darmbeen. Die verbinding heet het sacro-iliacele gewricht ofwel het SI-gewricht. Aan de voorkant kan de verbinding dicht zijn, maar ook een beetje open staan. Het geheel wordt bij elkaar gehouden door spieren en gewrichtsbanden. Dat is belangrijk om steun te geven aan de rug. Tijdens de zwangerschap verweken die verbindingen tussen de bekkenbeenderen onder invloed van zwangerschapshormonen. Het wordt allemaal wat losser, terwijl de baarmoeder groter wordt en er een grotere belasting ontstaat. Ook de lichaamshouding en de stand van de rug en van het bekken veranderen tijdens de zwangerschap. Het is meestal een verstoring in de balans en de belastbaarheid. Om bekkeninstabiliteit te kunnen vaststellen zijn er in Rotterdam verschillende testen ontwikkeld die bepalen of er sprake is van bekkeninstabiliteit, hoe erg die is en welke behandeling het meest is aangewezen. Was voorheen een röntgenfoto nodig, nu kan met een simpele beenheftest bekkeninstabiliteit worden vastgesteld. Voor de röntgenfoto moest de patiënt met één been op een verhoging gaan staan, terwijl het slechte been (aan de kant waar de pijn zit) loshangt en dus omlaag zakt. Het bekken, dat geen steun krijgt, verschuift en kantelt. Dat is op de foto goed te zien, zegt Mens. De simpele beenheftest, waarbij de patiënt op een tafel ligt, doet hetzelfde. 'Iemand met klachten aan de rechterkant zal het rechterbeen niet of nauwelijks omhoog krijgen. Het wonderlijke is dat dit wel kan als het bekken met een steunband bij elkaar wordt gehouden. Dat wist de Noorse gynaecoloog Cederschjöld in 1839 ook al. Die gebruikte geen band maar drukte met zijn handen de bekkenhelften tegen elkaar.' Om de spierkracht te meten bij het maken van bewegingen van de benen, wordt de patiënt gevraagd aan te geven op een schaal van nul tot tien hoeveel moeite het kost om het been omhoog te krijgen. Aan de hand daarvan kan ook worden aangegeven wat een vrouw nog kan. Met een meter die tussen de knieën wordt geplaatst, wordt de kracht van de heupspieren gemeten. Om bekkeninstabiliteit te behandelen zijn trainingen nodig van buik- en rugspieren. Deze hypothese van tien jaar geleden staat nog recht overeind, zegt Mens. Maar om te bepalen welke spieren het beste kunnen worden getraind, is meer onderzoek nodig. 'Tijdens de zwangerschap moeten vrouwen voldoende rust nemen en hun teruglopende conditie zo veel mogelijk op peil proberen te houden. Na de bevalling is ook rust nodig, maar de conditie moet dan weer worden verbeterd. Een keizerssnee is niet nodig. Een vrouw met een flexibel bekken zal eerder vlotter bevallen. Pijn is niet erg. er kan niets kapot gaan, maar het kan betekenen dat er sprake is van overbelasting.' Dat er desondanks vrouwen in een rolstoel terecht zijn gekomen, trekt Mens  zich aan. 'Vooral in de beginperiode was er een run op op allerhande oefeningen, soms zelf bedacht, soms met hulp van een fysiotherapeut. Vrouwen werd soms aangeraden op de rug te gaan liggen met een  telefoonboek tussen de knieën dat ze niet mochten laten vallen. Of ze moesten op één been op een trampoline springen. Wij hebben vrouwen uit onze onderzoeksgroep de bilspieren laten oefenen. We dachten dat de bilspieren steun gaven aan het bekken, maar ze zetten de gewrichten vast en belasten de bekkengewrichtsbanden.' Centraal staat nog steeds het versterken van de spieren die het bekken steunen. Maar dat alleen is niet voldoende. Het gaat ook om het samenspel van de betreffende spieren. Mens: 'De buikspieren zijn daarbij cruciaal, vooral de overdwarse buikspieren. Klachten ontstaat met name bij een slecht spiergebruik en een soepel bekken. Een soepel bekken kan iemand van nature hebben -dat zijn de mensen die met het grootste gemak een spagaat kunnen maken- of doordat de vrouw eerder zwanger is geweest. Het grootste risico loopt een vrouw met het flexibele bekken van een ballerina en de spieren van een oude vrouw.

Suzanne Baart

22 november 2000

Bekkeninstabiliteit staat model bij behandelen van lage rugpijn

De helft van de zwangeren heeft rugpijn. De klachten worden veroorzaakt doordat de drie stukken bot waaruit het bekken bestaat hun onderlinge samenhang verliezen. Zwangerschapshormonen zijn daar schuldig aan, maar een andere oorzaak is het verzwakken van de buikspieren. De behandeling bestaat, onder andere, uit het weer sterk maken van die spieren. Als noodmaatregel kan een stevige band rond het bekken worden gedragen. In uitzonderlijke situaties, bij zeer ernstige patiënten, is een operatie mogelijk. J.M.A. Mens verrichtte onderzoek naar rugpijn. Zijn dissertatie luidt Zwangerschaps-gerelateerde lage rugpijn. De promotie vindt plaats aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op woensdag 22 november 2000.

Het onderzoek is indertijd gestart, om te bestuderen of alledaagse lage rugpijn kan worden veroorzaakt doordat het bekken te weinig steun geeft aan de rug. Tot nu toe wijst al het onderzoek er op, dat dit inderdaad het geval is. De vergelijking wordt wel gemaakt met de mast van een schip. Als tijdens een storm de mast breekt bestaat de neiging te denken dat dit veroorzaakt wordt door een zwakke plek in de mast. Een ervaren schipper weet, dat vooral de verstaging (het touwwerk tussen de mast en het schip) bepaalt of een mast afbreekt of niet. Zolang de verstaging op de juiste spanning staat, kan de mast bijna niet breken. Bij lage rugpijn is het precies zo. De neiging bestaat om bij pijn onder in de rug geavanceerde röntgenopnamen te maken van de plaats, waar de pijn wordt gevoeld. Het blijkt veel zinniger om te controleren of de spieren en gewrichtsbanden tussen de wervelkolom en het bekken stevig op spanning staan.
Jan Mens geeft in zijn proefschrift aan hoe het mogelijk is om vast te stellen, of het bekken voldoende steun geeft aan de rug. Het maakt daarbij niet uit of iemand de klachten heeft overgehouden van een zwangerschap, of niet. Het principe is simpel: als het bekken onvoldoende steun geeft aan de wervelkolom kan iemand die staat moeilijk kracht zetten met zijn armen, en als hij ligt moeilijk met zijn benen. Bijvoorbeeld: als een patiënt met een volle boodschappenkar de bocht om wil, voelt hij pijn in de rug en in het bekkengebied; als hij veel klachten heeft lukt het hem niet de bocht te maken. Om dezelfde reden kan de patiënt die ligt, moeilijk zijn benen optillen. Zowel de kracht waarmee een boodschappenkarretje wordt weggeduwd, als de kracht waarmee de benen worden bewogen zijn meetbaar. Als de kracht van de patiënt toeneemt, zodra een stevige band rond het bekken is aangebracht, wordt het duidelijk dat er niets mis is met de arm- of beenspieren, maar met het bekken.
Drie methoden om de ernst van bekkeninstabiliteit vast te stellen zijn gebaseerd op het meten van de kracht waarmee de benen kunnen worden bewogen. Hoe meer de patiënt verzwakt is hoe ernstiger de aandoening. Deze krachtmeting maakt het mogelijk om op een meer objectieve manier dan vroeger de vooruitgang van een patiënt vast te stellen. 
De promovendus is van mening dat revalidatie van patiënten met bekkeninstabiliteit geen invloed heeft op de beweeglijkheid van het bekken. Daarmee wordt duidelijk dat patiënten ook kunnen herstellen doordat de functie verbetert van de spieren die steun kunnen geven aan het bekken. Voor een deel is dat een kwestie van sterk maken van die spieren, maar veel meer is het nodig om het gebruik van de spieren beter op elkaar af te stemmen. Het verbeteren van de coördinatie tussen de spieren lukt maar mondjesmaat als de patiënt gespannen is en/of oververmoeid. Een verandering van levensstijl vaak noodzakelijk is om te kunnen herstellen.

Commotie rond bekkeninstabiliteit
Toen het onderzoek van Mens in 1992 begon, volgde een golf van publiciteit. Zonder uitzondering hebben alle Nederlandse dag- en weekbladen tussen 1992 en 1996 een artikel gewijd aan dit onderwerp. De teneur van de berichtgeving was aanvankelijk, dat "bekkeninstabiliteit" ernstiger is dan de meeste mensen voor mogelijk houden en, dat de meeste patiënten weinig begrip vinden bij hun vrienden en kennissen en bij hun arts. Illustratief was de tv-uitzending van Catherine Keyl op 5 december 1995. In dat programma kwamen uitsluitend patiënten aan het woord, die met krukken liepen, in een rolstoel zaten, of bedlegerig waren. Vrouwen die volledig waren hersteld mochten in de zaal zitten, als ze hun mond maar hielden. De Amsterdamse gynaecologe Maria Pel deed een poging het tij te keren, door te waarschuwen voor de ziekmakende invloed van dergelijke berichtgevingen. Ze stelde dat bekkeninstabiliteit geen ziekte is, maar een modeverschijnsel, te vergelijken met ME en premenstrueel syndroom en postnatale depressie. Ze kreeg met haar opmerking niet alleen patiënten met bekkeninstabiliteit, maar ook de andere genoemde patiëntengroepen over zich heen.
Op 1 januari 1996 is in Rotterdam een revalidatiecentrum opgericht, het "Spine & Joint Centre", speciaal voor patiënten met bekkeninstabiliteit. Het behandelen van patiënten, het doen van onderzoek en het geven van onderwijs aan fysiotherapeuten en oefentherapeuten gaan daar hand in hand. Sindsdien is de teneur van de berichtgeving veel positiever. Zwangeren raken gelukkig niet snel meer in paniek, als ze pijn in de rug of in het bekken krijgen.

Promotie woensdag 22 november 2000, 15.45 uur
Plaats: Hoboken, Collegezaal 7
Promotor: prof.dr. H.J. Stam, Revalidatiegeneeskunde, en prof.dr.ir. Ch.J. Snijders, Medische technologie
Info: bij de promovendus, tel. (010) 46 42 211; e-mail jan.mens@zonnet.nl
of bij de afdeling Interne en Externe Betrekkingen, tel (010) 408 1777

Artikel in Margriet Computer en Internet Special

Marjon Hartelijk bedankt voor je steun en vertrouwen!!!!


BRON: Ouder van Nu januari 2000


BRON Libelle 2001

BRON: vakinformatie fysiotherapeuten JUNI 2002

Back to Top